Santiago
Santiago of Santiagu in het Creools van Kaapverdië, is het grootste eiland van Kaapverdië, met een oppervlakte van 991 vierkante kilometer (383 vierkante mijl). Het eiland is bergachtig, hoewel enigszins vlak in het zuidoosten. Het is een prachtige combinatie van alles wat een vakantie in Kaapverdië te bieden heeft. Santiago, voelt het meest Afrikaanse aan van alle eilanden, het is een smeltkroes van culturen en talen en groeit snel omdat het al meer dan de helft van de inwoners van Kaapverdië op het eiland heeft. De drukke en bruisende hoofdstad Praia is gebouwd over verschillende plateaus en staat in schril contrast met de rest van het eiland, dat meer lijkt op het Afrikaanse continent. Twee vulkanische bergketens domineren het eiland. In het noorden strekt de mooie Serra Malagueta zich uit van het westen naar het oosten, en in het centrum domineert de hoogste top Pico dAntonia met zijn grillige top het landschap. Verder naar het binnenland wisselen bergtoppen en vruchtbare groenen vallei met maniok, banaan, mango en papaja elkaar af.
Als je in Santiago bent, moet je zeker de oudste nederzetting van de archipel, Cidade Velha, bezoeken, in 2009 is het opgenomen op de werelderfgoedlijst van de UNESCO. Cidade Velha is het eerste door Europeanen gebouwde stad in West-Afrika. Tegenwoordig is het een charmant dorpje langs de kust, het gebied trekt veel mensen aan, die het fort willen bezoeken dat uitkijkt over het dorp, de kerken en de pelourinho. Een 16e-eeuwse schandpaal die werd gebruikt om slaven te straffen, is een herinnering aan een veel ruwe en bewogen geschiedenis.
Toen het eiland rond 1460 door António da Noli (Edelman en ontdekker uit Genua Italie, in dienst van Koning Afonso V ) ontdekt werd heeft hij in Cidade Velha een garnizoen gestationeerd in het gebied dat toen bekendstond als Ribeira Grande. Al snel maakte de trans-Atlantische slavenhandel, Cidade Velha de op een na rijkste stad in het Portugese rijk. Later kreeg Portugal te maken met concurrentie van de Engelsen, Nederlanders, Fransen en Spanjaarden die geleidelijk de slavenhandel overnamen. Het eiland werd veroverd door sir Francis Drake, die bouwde het Fort Real de São Filipe, dit was het eerste fort van Kaapverdië en werd in 1590 voltooid. Cidade Velha bleef in belangrijke rol spelen in de trans-Atlantische slavenhandel. In 1712 werd in een poging van de Fransen om de hegemonie in de slavenhandel over te nemen Cidade Velha aangevallen door de Franse piraten geleid door Jacques Cassard als onderdeel van de Cassard-expeditie. Tijdens deze expeditie viel Cassard in hetzelfde jaar ook Suriname/Paramaribo binnen, en een jaar later Curaçao. Na deze aanval verhuisde de hoofdstad naar het Praia-plateau, was Praia tot 1770 niet officieel de hoofdstad van het eiland.
De tweede hoogste top is Serra da Malagueta, halverwege tussen Assomada en Tarrafal. Assomada, is het perfecte startpunt voor wandelingen in beide bergketens, maar ook een geweldige plek om te mixen en je onder de lokale bevolking te begeven, want het heeft twee kleurrijke Afrikaanse markten(woensdag en zaterdag), een overdekte groente- en fruitmarkt en de enorme openluchtmarkt naast de deur, waar je alles kunt kopen.
De lengte van de kustlijn is ongeveer 120 km lang en is daarmee de langste op het archipel. Veel ervan is omgeven door korte en hoge kliffen, veel van de grotere liggen aan de westkant. Veel van de kliffen werden gevormd door de enorme Fogo-uitbarsting van 73.000 jaar geleden in het westen en het meest waarschijnlijk in andere delen van het eiland, inclusief kleinere in het oosten, wordt vastgelegd.
Het eiland heeft geen lagunes maar heeft vijf stuwmeren die vijf kunstmatige meren afdammen. Waaronder Poilão, Faveta, Figueira Gordo, Salineiro en Saquinho, waarvan sommige tijdens droge maanden droog zijn. Als ze met water staan is de gehele omgeving een groenen bijna paradijselijke omgeving. In de omvangrijke bossen rond deze stuwmeren vind je kleine groepen apen. Deze apen behoren niet tot de oorspronkelijke fauna, maar zijn in vroegere tijden van schepen of handelsmarkten weggelopen en zo in de bossen van Santiago terecht gekomen.
Verder naar het uiterste noordelijke deel van het eiland kom je in Tarrafal terecht. In het midden van de 20e eeuw hadden de gebieden in Serra da Malagueta in het zuiden en het noordelijke deel een grote Rabelados-populatie. Rabelados zijn de Marons van Kaapverdie, afstammelingen van slaven die van de plantage waren weggelopen of die hebben weten te vluchten voordat ze werden verscheept. In Tarrafal is een kleine kunst centrum waar kunstobjecten van de Rabelados te koop zijn.
Tarrafal heeft verschillende bezienswaardigheden te bieden. Er is een interessant stadhuis, een markthal, een relatief grote kerk: “Saint Amaro Abade”. Met het stand aan de Baia Verde (groene baai ) in haar midden, heeft het een van de mooiste stranden van Kaapverdie. Het strand ligt aan de voet van de berg Monte Graciosa, wat gracieuze hoogte betekend, de berg loopt schijn af in een groene vallei vol kokospalmen, bananenbomen, suikerriet, bloemrijke struiken en bomen richting zee. De groene vallei loopt over in een strook palmbomen die vervolgens natuurlijk overloopt in een wit zand strand met en kalm aquarel blauwe zee. Baia Verde is eigenlijk niet te beschrijven je moet het ervaren. Elk jaar op 15 januari is er in Tarrafal het naamfestival (Festa de Santo Amaro).
Festivals in Santiago. Santiago kent vele festivals en de meeste bekende zijn: Gamboa-festival - 17-18 mei. Gehouden in de baai van San Fransisco op het strand en misschien wel het grootste muziekfestival in Kaapverdië. Muzikanten uit andere landen komen naar Santiago om deel te nemen.
Tabanka – 1 juni Een viering van de bevrijding van slaven die plaatsvindt in Assomada.
Muziek is verweven in de structuur van het leven en het informeert en wordt geïnformeerd door de vaak brutale geschiedenis en cultuur van de eilanden; en hoewel het een alomtegenwoordige aanwezigheid is, voelt het nooit stage- of prestatiegebaseerd, maar maakt het deel uit van de essentie van het eilandleven.
De batuko als een schouwspel is ongelooflijk. De oorsprong is Afrikaans en het is een vorm van dansen die gebaseerd is op complexe in elkaar grijpende drumpatronen en meestal wordt uitgevoerd binnen een cirkel van vrouwelijke drummers waarbij elke danser wild haar heupen ronddraait totdat de drumpatronen een climax bereiken waarop ze wordt vervangen door de volgende danser. Er gaat bijna een zuiverende kracht uit van de snelle beweging van de dansers op de ritmes die een trance-achtige toestand veroorzaakt, het kan behoorlijk overweldigend zijn.
De Funana is ook een Afrikaans klinkende muziek en dansgenre. Het is in het algemeen gebaseerd op het geluid van de accordeon en wordt gekenmerkt door stijgende ritmes en herhaalde call-and-response vocale patronen. In eerste instantie was funaná een muziekgenre exclusief uit Santiago, het was vooral muziek van de lagere sociale klassen en lange tijd verbannen naar een landelijke gebieden. Het is in de hoofdstad Praia zelfs verboden geweest. Maar tijdens de jaren zeventig, en vooral na de onafhankelijkheid, werd deze muziekgenre nieuw leven in geblazen. Met name door de socialistische ideologie na de onafhankelijkheid, met haar strijd tegen de sociale klassenverschillen, bod een vruchtbaar bodem voor de (her) geboorte van de funaná. Tegenwoordig hoor je het overal op de eilanden, uit de autoramen, op de radio en in de clubs en bars in de steden.